Weltinnenraum In mijn ontwikkeling als kunstenaar heb ik mij altijd gericht op de vreugde van het schilderen zelf. Ik liet mij als het ware leiden door de verf. Wat ik kan benoemen, is dat er op dit moment twee richtingen in mijn schilderijen opdoemen. Aan de ene kant zijn er de wolkachtige vormen of dromen en herinneringen, die door middel van slurven met elkaar verbonden zijn. Aan de andere kant is er het klassieke stilleven. Ik houd mij bezig met de gebieden waar mijn werk aan raakt; de kunstgeschiedenis, mystiek, literatuur, poëzie en muziek, en met bronnen uit die werelden ondersteun ik mijn praktijk. Dat bracht mij op het pad van de grote dichter Rainer Maria Rilke, die ik graag lees en in wiens werk ik een grote verwantschap voel met mijn kunst.
Zo vind ik in zijn bijna ondoordringbare meesterwerk ‘De elegieën van Duino’ mijn wolkachtige dromen terug (in de idee van het Weltinnenraum). En in zijn brieven over Cézanne vind ik de eindeloze wereld die in het eenvoudige stilleven besloten ligt. Zoals bij mijn eigen werk, begrijp ik dat van Rilke op een lichamelijk niveau. Ik voel wat hij zegt, maar kan het niet in mijn hoofd reproduceren. Deze studie begint met mij verdiepen in de richtingen in het werk van Rilke, ik probeer hem te begrijpen en dat begrijpen onder woorden te brengen. Om vanuit daar mijzelf en mijn eigen werk onder woorden te kunnen brengen.
Zo vind ik in zijn bijna ondoordringbare meesterwerk ‘De elegieën van Duino’ mijn wolkachtige dromen terug (in de idee van het Weltinnenraum). En in zijn brieven over Cézanne vind ik de eindeloze wereld die in het eenvoudige stilleven besloten ligt. Zoals bij mijn eigen werk, begrijp ik dat van Rilke op een lichamelijk niveau. Ik voel wat hij zegt, maar kan het niet in mijn hoofd reproduceren. Deze studie begint met mij verdiepen in de richtingen in het werk van Rilke, ik probeer hem te begrijpen en dat begrijpen onder woorden te brengen. Om vanuit daar mijzelf en mijn eigen werk onder woorden te kunnen brengen.



