std.11.indolente_cover.webp
Dewi de Nijs Bik
Reparatief schrijven
Afbeelding van de Luisterpuntbibliotheek
In mijn CrossYart studie staat de ontwikkeling van een relevante, vernieuwende, experimentele en enthousiasmerende poëtica centraal die hopelijk als basis zal dienen voor mijn tweede literaire werk en het vervolg op poëziebundel 'Indolente' (De Arbeiderspers, maart 2023).

Dit wil ik doen via het bestuderen van een literaire tekst die als het ware zal dienen als een “case study”. Dit is een voortborduursel op het project waarmee ik in samenwerking met de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag bezig ben geweest in het kader van het publieksprogramma "Onverwaaide stemmen" (27 januari 2024). Hiervoor heb ik de in de vergetelheid geraakt reisverslag van de Surinaams-Hindoestaanse schrijver Bea Vianen (1935-2019) genomen. Ze beschrijft in een poëtische en experimentele taal haar verblijf in het Peruviaanse Lima van 1978. De consensus hierover binnen de literatuurreceptie was destijds niet mals: Vianen was aan lager wal geraakt, wat terug te lezen zou zijn aan haar “paranoïde” teksten.
Ik heb dit reisverslag vervolgens met andere ogen proberen te lezen. Ik las het niet in eerste plaats als een product van haar zogenaamde hallucinante “migrantenpsyche”, waarbij in dit geval het pathologiseren van de schrijver de (literaire en subversieve) zeggingskracht in de weg staat. Het is vooral een tekst die de politiek-maatschappelijke verscheurdheid van de postkoloniale wereld tastbaar maakt, maar die tegelijkertijd juist ook open staat voor de wereld. Vianen problematiseert en politiseert met haar verslag de postkoloniale wereld van toen − een onderdrukt politiek bewustzijn komt tot uiting in de taal − maar wijst haar niet af.
De tekst laat ruimte aan meerstemmigheid en meertaligheid, aan pijn, gespletenheid en ontheemding, maar ook aan verlangen, verbeelding en spontaniteit – ik wil in het bijzonder deze affectieve oriëntaties in kaart brengen in relatie tot de politieke dimensie van de tekst.

Uiteindelijk hoop ik dat dit bijdraagt aan het vormgeven van een experimentele poëtica die zich enerzijds actief engageert - d.w.z. die een kritische houding aanneemt ten opzichte van de huidige politiek-maatschappelijke werkelijkheid waartoe ze zich moet verhouden − maar die anderzijds ook een vruchtbaar alternatief biedt voor de heersende conventies binnen de westerse cultuurkritiek. Hoe ziet een relevante, vernieuwende en enthousiasmerende poëzie eruit die dus niet alleen van een afstand de scheuren in het systeem wil tonen, maar tegelijkertijd het repareren (of "reparatieve") hiervan vindt in diezelfde verscheurdheid − wat wordt er vervolgens vanuit deze reparatieve houding allemaal mogelijk? Wat kunnen we leren van de tekst van Vianen in het huidige post-postmodernistische tijdperk? Wat vraagt dit op het gebied van de vorm? Met betrekking tot het schrijven van een eigen literair (hybride) werk en het ontwikkelen van mijzelf als dichter stel ik mijzelf dan ook vervolgens de vraag: op welke manier kan ik met mijn werk een alternatieve politieke ruimte tastbaar maken op een manier waarop de lezer bovendien ook uitgenodigd of geënthousiasmeerd wordt om hieraan mee te bouwen?